mei 2019

Ligt Nederland op schema?


Sinds 2015 moet Nederland voldoen aan Europese grenswaarden voor NO2. Uit de Monitoringsrapportage 2018 blijkt dat voor bijna 10 km weg (per rijrichting) een overschrijding van de NO2-norm is berekend, een afname van 40% ten opzichte van de Monitoringsrapportage uit 2016. Nagenoeg alle overschrijdings-locaties bevinden zich bij binnenstedelijke wegen. De NO2-overschrijdingen zijn net als in de monitoringsronde 2015 te vinden in de Randstad op locaties met veel verkeer, maar ook in een paar andere steden, zoals Eindhoven en Arnhem. Langs een aantal wegen in de buurt van Schiphol treden ook overschrijdingen op.
Sinds juni 2011 mag de Europese norm voor fijn stof niet meer worden overschreden. De daggemiddelde fijn stof (PM10)-concentratie van 50 μg/m3 mag niet meer dan 35 dagen per jaar worden overschreden. Uit de rapportage 2018 aan de Europese commissie blijkt dat de fijn stof grens alleen nog overschreden wordt in de regio IJmond, vanwege de achtergrondconcentratie hoog is ten gevolge van industriële emissies.
Om de luchtkwaliteit te toetsen aan de Europese normen, berekent het RIVM de lokale luchtvervuiling. Bij deze berekening wordt de emissie van voertuigen opgeteld bij de achtergrondconcentratie die ook door industrie en intensieve veeteelt wordt beïnvloed (zie ook: autoverkeer veroorzaakt groot deel van de emissie). 
De monitoringsrapportage NSL 2018 concludeert dat in het grootste deel van Nederland de berekende concentraties fijn stof en stikstofdioxide onder de Europese grenswaarden liggen. Desondanks blijft in enkele gebieden, voor beide stoffen, sprake van overschrijdingen. Deze overschrijdingen zijn hardnekkig: ze nemen slechts langzaam af. Daarnaast waarschuwt het RIVM voor het risico van onzekerheden:
'De concentraties stikstofdioxide en fijnstof liggen op veel locaties dicht bij de grenswaarde. Hierdoor is het aantal overschrijdingen gevoelig voor onzekerheden in de berekeningen en kunnen geringe stijgingen van de concentraties het aantal overschrijdingen sterk beïnvloeden.'

NO2
De NO2-overschrijdingen zijn, net als in de monitoringsronde 2016, te vinden in de Randstad op locaties met veel verkeer, maar ook in een paar andere steden, zoals Eindhoven en Arnhem. Langs een aantal wegen in de buurt van Schiphol treden ook overschrijdingen op. De overige locaties betreffen meestal situaties waar lokale wegen snelwegen kruisen of daar parallel aan lopen.

In de bovenstaande figuren staat links boven voor NO2 per gemeente weergeven bij hoeveel kilometer rijrichting de jaargemiddelde jaarconcentratie van 40,5 μg/m(de norm voor 2015) in 2018 wordt overschreden volgens de monitoringsrapportage 2018. Om een idee te geven wat het aantal overschrijdingen zou zijn als gemaakte aannames tegenvallen, is in de rechter figuur getoetst op een waarde van 38,0 μg/m3 in plaats van 40,5 μg/m3.

Er zijn veel locaties die volgens de berekeningen net onder de grenswaarden uitkomen. In geval van tegenvallende resultaten van maatregelen zal op meer plaatsen de norm worden overschreden en dreigen boetes en bouwstops. Het RIVM verwacht echter dat de concentraties dalen door Nederlands en Europees beleid (zoals bijvoorbeeld de verwachte emissiedaling voor wegverkeer en Europese emissieplafonds). Deze daling leidt tot een flinke afname van de hoge concentraties NO2 en een toename in de laagste categorie concentraties. Problemen rond NO2 lijken zich met name af te spelen in stedelijk gebied. De noordelijke provincies kennen geen problemen, omdat de achtergrond-concentratie daar laag is.

PM10
Nederland is er in 2018 opnieuw niet in geslaagd om overal aan de Europese norm voor fijn stof te voldoen. Wel is er sprake van een afname van 90% (van 5 kilometer weg per rijrichting naar slechts een 0,5 kilometer per rijrichting). Ook is er sprake van één regio in Nederland waar er overschrijding plaatsvindt (in 2015 ging dit nog om drie regio’s; naast IJmond ook Hendrik-Ido-Ambacht en Den Bosch). Deze overschrijding vindt plaats in de regio IJmond, op locaties waar de achtergrondconcentratie hoog is ten gevolge van industrie.
Om een idee te geven hoe groot het aantal overschrijdingen zou zijn als gemaakte aannames tegenvallen, is in de rechterfiguur het aantal met dertig overschrijdingsdagen of meer bepaald (zonder toepassing van de zeezoutaftrek).
Veel locaties zitten dicht tegen de grenswaarde. Voor meetpunten kan op het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM worden gezien hoeveel overschrijdingsdagen er dit jaar zijn geweest.

Bij onderstaande linkerfiguur is rekening gehouden met de zogenaamde zeezoutaftrek van 2-4 dagen (afhankelijk van de provincie), die toegepast mag worden als correctie op de bijdrage van zeezout aan de PM10-concentratie. De figuur is exclusief overschrijdingen door de veehouderij.


PM2.5 en ultrafijn stof

PM2.5 is onderdeel van de Richtlijn Luchtkwaliteit in de vorm van een grenswaarde voor 2015, een blootstellingsconcentratieverplichting voor 2015 en een streefwaarde voor vermindering van blootstelling voor 2020. (bron NSL).  Er is in 2018 geen overschrijding van de jaarnorm geconstateerd.
Het PBL heeft een rapport uitgebracht genaamd PM2.5 in the Netherlands’. Hierin wordt geconcludeerd dat wanneer Nederland met de maatregelen weet te voldoen aan de PM10 normen dit waarschijnlijk ook het geval is voor PM2.5.

PM2.5 en het nog kleinere ultrafijnstof blijven wel gevaarlijke stoffen die de aandacht verdienen. Volgens de onderzoekers kunnen ook vraagtekens gezet worden bij de norm; de norm heeft namelijk betrekking op de massa van alle deeltjes. De grootste deel van de massa van PM10 wordt bepaald door de grotere deeltjes met een diameter van 2.5-10 micrometer. De gezondheidseffecten worden echter bepaald door het aantal deeltjes. In aantal zijn het juist de kleine deeltjes (PM2.5) en de ultrakleine deeltjes (PM0.1) die de overhand hebben in de mix van PM10:
De kleinere deeltjes zijn schadelijker (zie ook onder schoonste lucht in 't Noorden) en worden niet door de (gewichts)norm beperkt omdat ze ook bij elkaar opgeteld weinig wegen.  In 2011 bleek uit metingen langs de N302 in Gelderland, waarbij nieuwe apparatuur werd gebruikt, dat er (te) veel ultrafijnstof aanwezig was. Metingen in de toekomst moeten aantonen of de concentratie ultrafijnstof toe- of afneemt.

Illustratie CE Delft/ KpVV, gebaseerd op DGMR/Kittelson et al, University of Minnesota 1999

De TU Delft geeft aan dat het wel degelijk mogelijk is om ook ultrafijne stofdeeltjes te filteren. Onderzoekers van ECN geven aan dat de huidige roetfilters ook ultrafijnstof afvangen. Wellicht niet voldoende, maar het is beter dan niets.

In Eindhoven is het AiREAS-project opgezet door bewoners, gemeente, bedrijfsleven en wetenschap. Zij meten op enkele tientallen plaatsen (waaronder bij mensen 
in de tuin) in de stad de concentratie PM10, PM2,5 PM0,1 en Ozon.

Meten is weten
In de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit is vastgelegd dat Nederland verplicht is de luchtkwaliteit te meten. De Richtlijn bevat ook de voorwaarden voor het meten wat betreft apparatuur en hoeveelheid meetpunten. Zowel het RIVM (onder de noemer Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) dat gebruikt maakt van ongeveer 60 vaste meetstations) als verschillende lokale overheden meten de luchtkwaliteit. De gezamenlijke gegevens hiervan zijn te vinden op de website van Luchtmeetnet.

Meten en modelleren
Hoewel de meetpunten van het LML en de lokale overheden (te weten: GGD Amsterdam, DCMR Rijnmond, Provincie Limburg, Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) en de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant) een nauwkeurig beeld geven, is het te kostbaar om overal in Nederland dit soort meetpunten neer te zetten. Daarom wordt binnen het NSL ook gebruik gemaakt van modellen om knelpunten vast te stellen. Er zijn dan alleen metingen nodig om de modellen te ijken. Groot voordeel van werken met modellen is dat modellen niet alleen wat zeggen over het verleden, maar ook geschikt zijn voor prognoses. In de ministeriële regeling Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl) is de precieze bepaling van de Nederlandse luchtkwaliteit vastgelegd.

Monitoringstool
Monitoring van het NSL ligt in handen van Bureau Monitoring. Sinds het vaststellen van het NSL zijn de Saneringstool en Rapportagetool die voorheen gebruikt werden voor het voorspellen van de luchtkwaliteit cq. het rapporteren over afgelopen jaren geïntegreerd in de Monitoringstool. Vanaf 2010 vindt op jaarlijkse basis monitoring van het NSL plaats. De Monitoringstool wordt gebruikt voor de berekeningen. De resultaten zijn beschikbaar op straatniveau.

De normen
Omdat Nederland niet tijdig aan de Europese grenswaarden kon voldoen heeft de overheid in 2008 een verzoek tot uitstel van de grenswaarden ingediend bij de Europese Commissie. Het gaat hierbij om de volgende grenswaarden: maximaal 35 dagen per jaar met daggemiddelde fijn stof (PM10)-overschrijdingen boven de 50 μg/m3 en om de jaargemiddelde stikstofdioxide (NO2)-concentratie van 40 μg/m3. Lees verder onder wetten en normen.